Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KOLONIE van SURINAME. 33

„ zorg gebruiken van hunne naamen en wapenen te „ veranderen ; het is evenwel bekend dat zy van „ Jooden afdammen. De Kloosrers zyn 'er mee ver„ vuld; de meeste Monniken, Inquifiteurs en Bis„ fchoppen zyn uit deeze Natie gefprooten. Deeze „ verhuizing werd , volgens de aanmerking van den „ Abt Rainal, de oorfprong eener zeer groote om,, wenteling; breidde de naarftigheid, die tot dus s, verre in Spanje en Portugal haar middelpunt had

gevonden, uit tot verfcheiden andere gewesten; en

beroofde de twee Staaten van de voordeden, welke „ de eene van de Oost - Indien en de andere van de „ West-Indien gewoon was te trekken".

Reeds voorheen waren zeer veele Jooden, om de rustelooze vervolgingen der Inquifitie te ontgaan, als ballingen naar Brazil verhuisd; en, ,, hoewel zy, door ,, deeze onverzadelyke bloedzuigers, van hunne bezittin» „ gen beroofd waren, flaagden zy echter niet ongeluk* „ kig in 't onderneemen van den Landbouw; welk „ gunfiig beginfel het Hof van Lisfabon deed begrypen, „ dat eene Kolonie, ook wel op eene andere wyze 9, dan door metaalen, nuttig voor de Hoofdftad kan „ worden (g)".

Schoon het hun in Brazil niet kwalyk verging, cn zy het daar vry wel tot hun genoegen hadden; even • wel bragt de verachting, welke men, in Spanje eri Portugal, aan den naam van nieuwe Christenen gehangen had, te wege, dat zy het Joodendom des te hardnekkiger aankleefden, 't Gevolg hier van was, dat zy met groot verlangen uitzagen naar gunftige gelegenheden, om nader by hunne broederen te komen. Midlerwyl maakten zy reeds, van tyd tot tyd, vry wat goud en zilver in ftaven over aan hunne Corresponden.

ten

i g ) Zie denzelfden, ter gemelde plaats, C

Sluiten