Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S 4-

Sb Het ZILVER, GOUD, JobXXVIII.t,2.

onder de Grieken en Romeinen , is hierboven reeds nan^emerkt. In Afrika op de kust van Congo, vindt men het, volgens Houttuijn , Natuurlijke Historie, III D. V St. bl. 192. 200. Afia is er rijkelijk van voorzien. In Periië, b. v. worden, volgens een getuigenis van Niebuhr , Reis-hefchrijving, II D. bl. 113. de kogels tot de kanonnen van dit metaal, het welk men daar in grooteren overvloed dan het ijzer heeft, gemaakt. Europa heeft daarvan grooten voorraad. Siberië, Hongarije, verfcheide oorden in Duitschland, Engeland, "enz. en vooral in Zweeden en Noorwegen word het rijkelijk gevonden.

Nopens dit laatfte geeft Pantoppidan, 1. c. bl, 340. verflag, die onder anderen nopens de kopermijnen in Drontheim fchrijft, dat de Koninglijke inkomften van dezelve, in een tiende van de voordeden , welken derzelver eigenaaren 'er uit trekken, be'ïaande, jaarlijks tot 30 en 40000 rijksdaalders liepen. Hij geeft ook de lijsten op van de aanzienlijke menigte van koper, die verfcheiden berg-werken eenige jaaren op elkander hadden uitgeleverd. Nopens de ligging, ofte de gangen van het koper-erts meldt hij, dat ze water-pas, en dwars door de bergen heenen lopende gevonden worden: voor aan de beide zijden van. den berg, daar ze beginnen, dikker, grooter en hooger in den omtrek, dog allengs na het midden, daar de top van den berg boven ligt, dunner, platter erf meer ingedrukt: zoo dat de arbeiders eindelijk het zoo naauw krijgen , of zoo geringe verdieping houden , dat ze bij gebrek aan ruimte, om 'er te kunnen ftaan, het werk moeten opgeven, die, wanneer ze doorwerken konden, van den eenen kant tot den anderen door den geheelen berg zouden heenen komen. Hij befluit daaruit met anderen, dat dergelijken erts voorheen eene weeke ftof moest geweest zijn, die door de persfende drukking der boven-ftof of der berg-toppenzulk eene ingedrukte en in het midden platte gedaante zoude gekregea hebben,

Sluiten