Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toe gift.

1

i

f

a

e e a n * w m

514 Over den BEHEMOTH.

■de, zijn echter zeer dikke en zwaare beenderen. De dikte der wanden aan het voor-en achter-hoofd is van 7 of 8 duimen , aan de zijden, half zoo veel. Het bekkeneel weegt wel eens 300 pond. En de voeten, die als dikke, plompe zuilen fchijnen, moeten , gelijk de beenderen van dit dier in 't ge. meen, wel hecht, dicht, vast en fterk zijn, om zulk een grooten en zwaaren vleesch-berg te kunnen dragen en fteunen. Camper, p.- 83. Houttuijn bl. 446* Sakder 1. c.)

S- XI.

„ Hij is een eerfte li ng van Gods werken . , , . Zonder juist aan het Boek van Job te denken, of deeze, van den oliefant handelende plaats te verftaan, is juist deeze gedagte van zelve veelei?, die 3e natuurlijke Historie gefchreven hebben a uit de pen gevloeid. En het is om deeze twee reden , lat men den oliefant als het uitmuntendfte onder le dieren heeft aangemerkt: dat hij aan den éénen canf zoo bij uitftek groot en fterk van lighaam, tiet eene groote bekwaamheid, om van zijne Ueuf ebruik té' maken, voorzien, en dus doorgaans

oor alle andere dieren cnverwinnelijk is en

an den anderen kant, dat hij zoo nabij aan den ïensch ten aanziene van verftand en vernuft komt: n deeze zijne fchranderherd niet gepaard gaat met mige arglistigheid, maar met eene foort van zagtmig- en grootmoedigheid. Stukken, die men * ader uitgevoerd vinden kan in het XI Deel der 'atuurlijke Historie van den Graaf De Buffon, erwaarts ik mijne weetgraa'ge Lezers wijzen oet." (De

Sluiten