is toegevoegd aan uw favorieten.

Mijn tijd winst.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET H U W E L IJ K. 153

om dat gij die bekrachtigd, en met uwen vaderlijken zegen Gode geheiligd hadt!

Aan de zijde van de bekoorlijke eerrijk, be« wandelt de edele deusdlief , loutere roozenpaden; met deze gezellinne van zijn leven, dezedeelgenote van zijn lut, deze vriendin van zijn hart , geniet hij, met verrukking alle vreugden des levens — ioeiën ééns gierende flormwinden boven zijn hoofd, is het gelaat des Hemels met zwarte en weêrwolken omfluiërd, laat de rommelende donder zich hooren, in bange da, gen van tegenfpoed, haar lagehjen, haar kusjen, haare omhelzing verkwikt hem in 't midden der

onweders, als eene blijde lentezon Waar

zij haare treden zet, worden voor hem distelen en doornen zoo veele geurige veldviooltjens —■ en hij treedt wakker en vlug, aan haare hand, door moeilijke wegen zoo wel, als langs gebaande paden, met haar voort, naar de gewesten dervolmaaktheid,

Hoe menigmaalen was ik verrukt, als ik dit voortreflijk paar in hunne huislijke verkeering en omgang befchouwde! Hij was alles geheel voor haar! Zij alles geheel en alleen voor hem! Wat zijn alle vreugden der ftervelingen bij deze vergenoe.