Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E

GRAFKELDER.

o IMensch ! waarom is er iets in uwen geftorven natuurgenoot, dat afgrijzinge , of tenminften fchrik, bij u verwekt? — Waarom is zelfs de deugdzaamfte niet boven deeze ontzettende aandoening verheeven ? — Honderdmaalen heb ik mij verbeeld aan de zijde mijner julia voor alle vrees beveiligd te zijn met haar in den aakligften

Grafkelder een Paradijs te vinden , en nu heb ik, haar in mijne armen drukkende, eene verzamelplaats van dooden bezocht en — gefidderd!

Eenige uuren van ons Vlek verheft zich een Tempel, die wegens zijne eerbiedverwekkende fchoonheid in den geheelen omtrek beroemd is. Nergens , fprak het Gerucht , vond men een aandoenlijker fchouwtooneel dan in zijne onderaardfche gewelven. julia bad deezen tempel nooit aanfchouwd, J3 a

Sluiten