Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 3 ) AAN M YN E

LEZERS.

N a dat, in de Utrechtfche Courant N. 146. Vrydag den 5 December 1783, den inhoud van de fchriftelyke Propofitie door den Heer van Heeckeren tot Suideras in den Zutphenfen Raad overgelevert, geplaast is, word daar op de volgende aanmerking door de Courantier of uytgever of mogelyk door beide gemaakt, deze aanmerking heeft my aanleiding gegeven om de volgende Brief, aan Ds. C. de] Vries Leeraar der Doopsgezinden te Utrecht te fchryven ; ieder weet doch, dat Ds. de Vries, zo wel'als zyn Eleve de Heer G. Nieuwenhuis voor opfteller van gemelde Courant gehouden word. Zie hier de aanmerking!

Hoe algemeen en luid de Kreet ook tegen den Heer van Suideras, zo in Zutphen, als in de geheele Republiek, moge opgedaan zyn, ieder Vriend der Menfchheid egter kan niet nalaten, om de eer dierMenfchheid,te wenfchen,hem gezuiverd te zien van eene aantyging, welke zo zy waaragtig waare,hem zoude waardig maaken ,niet alleen uyt een vry Volk maar zelfs uit de menfchelyke Maatfchappy, voor eeuwig, verbannen te worden! Hoe verre nu de per-

foonlyke verklaaring van den Heer van Suideras, gepaard met het gemelde bykomend getuigenis, hier A a aan

Sluiten