Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( ii )

«en van des Landvoogds Broeders op eene jagtpartij. Hij was een zeer fterk man, en aan de luchtftreek gewoon zijnde, (het fpreekt dus van zelfs, dat hij aldaar reeds verfcheiden jaren gewoond had), kon hij de gewekiige hitte van de

zon veel beter ycrdragen, dan ik. Op v

pnze wandeling was -hij,mij een zeer aanmerklijk end' wegs vooruit geraakt, door een dik bosch, wanneer ik mij nog aan het begin" van hetzelve bevond.

Ik wilde mij nederleggen, om wat uitterusten, aan den dijk van een breed water , 't welk mijne aandacht getrokken had, wanneer ik meende epn klaterend geraas agter denzelven te horen; dit deed mij om, zien, en ik werd eencn doden gelijk, (en wie zoude niet fchrikken?) op het zien van een' leeuw, clie ogenfchijnlijk op mij aankwam met oogmerk, om mijn jong, mager lijf tot zijn ontbijt te nemen, zonder daartoe mijne toeftemming te vragen, t-— Wat nu te

doen

Sluiten