Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3o BIJBELSCHË

fchikkingen maken, om hen op het heerlijkfte te onthalen. Toen de bepaalde dag verfcheen, maakte hij het hun nogmaals bekend, opdat zij vast zouden komen. Maar ondankbare en waderfpannige menfchen wezen de uitnoodiging van de hand. De één zeide: Ik moet heden een ftuk land gaan koopen. Een ander: Ik moet naar de beestenmarkt gaan. Een derde: Ik hebbe vóór weinig dagen eene vrouw genomen. En dusverontfchuldigden zig alle de overigen met hunne Jiandteeringen en bezigheden, zeggende, dat zij niet konden komen. De Koning nam zulks zeer kwalijk, en gaf bevel, dat eene menigte van andere menfchen, al waren het ook bedelaars, kreupelen of lammen, van de firaten ingeroepen en aan de.ruim toegerigte tafel gefpijsd zouden worden, „ En zeide hij, de verachters van mijne genade, die het eerst genoodigd waren, mogen nu voor altoos wegblijven, en niet verwachten, dat ik hun ooit de eere weder zal bewijzen , die ik hun had toegedacht.

Door

Sluiten