Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16

REDEVOERING

jongen oud, komt tot deeze Schoole, op allen ligt deeze verplichting: —gy Jongen, die het vuur der Jeugd door de aderen voelt ftraalen, laat ook het vuur der Liefde in uw harte gloeijen; — gy Ouden, die, fchoorvoetende, en met trillende leden, naar het graf kruipt:

Doet u het kiliig bloed, of koude winter karmen, Laat u het vuurig hart, laat u de Liefde warmen. De Liefde, niet van eer of van het^aardfche goed, Maar die de naakten kleedt, en holle buiken voedt.

g Ats.

Laat al het mensehdom deezen plicht inzien, veelen misfen de Liefde, en met de Liefde alles, zy wandelen in de duisternisfe, maar die zynen broeder bemint, wandelt in het licht, i Joh. II. Hoe veel grooter is niet de belangeloozen, de eenvouw* dige menfehenvriend, die zynen naasten in den nood byftaat, dan de fchraapende, opgeblaazene, eigennutzoekende, groote Man, hoe veel min* der is niet het hart van fommige laagdenkende fraaije Geesten, dan dat van eenen edeldenkenden cn edeldoenden Cats, Gellert, Lavater, en andere waare groote Mannen. Hoe veel zoeter klinken niet de naamen van eenen Woltemade, Naerebout enBousfard, die flegts weinige hunner medemenfchen, met gevaar huns leevens, uit de klaauwen des verflindenden doods gerukt hebben, boven die van zulke magtigen, die,buiten gevaar, en in het midden der weelde verdronken, hunnen medemensch

om

Sluiten