is toegevoegd aan uw favorieten.

Zede- en dichtlievende mengelingen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

78 Gr E DAGTEN

lyk deezen-met het kind. Stel u denzelven

voor, toen hy nog hulpeloos, teder en fpraakloos was, ftel hem u gelyklyk voor in zyne grysheid, is 'c wel dezelfde ? immers neen, want hy ken zig zeiven niet meer als kind, hy erinnert zig zyner vroege kindschheid zo min, als zyne ziel zig deszelfs beftaan vóór zyn overgang in het lighaam erinneren kan. Kan men niet zeggen , het kind fterft wanneer de jongelinggebooren wordt, en deeze fterft wanneer de man zyn aanvang neemt, die door den gryzaart vervat wordt, dan komt het lyk in 's gryzaarts plaats, en de ftof vervangt wederom het lyk. Hoe toch worden wy dan niet

gemeenzaamer met de dood, daar elke onzer tydperken een dood is ? en wat zegge ik, onzer tydperken , elke dag is een geboorte! elke nacht een fterfuur!

Ontwaaken na eene diepe flaap, hoe gelyk is dat niet aan het leevens licht te zien, wy zyn in de eerfte ogenblikken van onze ontwaking aan ons zeiven onbewust, of liefst zo dra wy geheel ontwaakt zyn, is het ogenblik des ontwakens geheel uit ons geheugen gewischt, zo ook het eerfte' ontwaken, het ontwaken tot het leeven, is een ogenblik waarvan wy in gevordenden ouderdom geen kennis dragen, — de iluimering ftaat mede gelyk aan het fterfuur, al meer en meer aan de kennisneeming der dingen, aan alle weezens, rondom ons onttrokken te worden, en eindelyk gevoelloos weg te zinken, is fluimeren en flaapen*

« is