Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§6" Geschiedenis dek

fcwamer wierden, om zich over deeze te verwonderen , en hun na te volgen. De weldaadigheid breidde zich meer en meer uit over Menfchen en Geflachten. De dapperheid verdedigde hun eigendom en rust, en de wysheid lag den grondflag tot het geluk der afgelegenfte Landen en verste Leeftyden. Dus verwierven, de betere en meer verlichte Geesten zich liefde , hoogachting en eerbied. Dus wrrden anderen bekwaam , om geleid, befchermd, en in orde gehouden te worden. Dus ontwikkelden zich kragtiger het denkbeeld van Deugd, het gevoel van Eere, en met dezelve de aandoeningen van Trouw en Gehoorzaam, heid. Dus vermeerderden de uitzigten van den Geest, en verëdelden de dryfveeren van het hart.

Dan, nadien bndertusfchen de denkbeelden van het groote en betaamlyke; zelfs by deeze gunstelingen van het Noodloot, nog zeer donker en verward moesten zyn, zoo waren de denkbeelden van de Deugd zulks niet minder; En de Eere viel dikwils daaden ten deele, welke in verlichter tyden niet dan fchande zouden hebben aangebragt. Sedert dat deeze denkbeelden ontftaanzyn, hebben zy alle Landen en Tyden onder honderleiëgedaantens doorwandeld. Zy werden alleen aan weimVe Wyzen naar hun waar Wezen bekend, de grootfte hoop liet zich gemeenlyk door derzelver fchyn verblinden, en wydde meesttyds zyne verë'ering en verwondering, aan eigenfchappen en handelingen, die van wezenlyke goedheid ontbloot, met

eenea

Sluiten