Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Menschheid. VIII. BOEK. 239

■vyandelykheden te plegen. De Vafal zelfs tegen zynen Heer, indien hy alleen zekere plegtigheden in acht nam. Van hier de verëenigingen en verbindtenisfen, welke den Troon dan deeden daveren, en dan befchermden.

Dus vervolgden en beoorloogden deGrooten, de Machtigen, de Edelen eikanderen; terwyl de gemeene Man, dat is, die geen, die niet van Adel was (*), nog geduurig onder de wreedfte onderdrukking zuchtte. Dus was de gefteldheid der Europifche Staaten recht affchuwelyk, daar alles wat Groot en Edel daar in was, zyn eenigfte voorrecht daar in zocht, om wat hem gelyk kwam, te vernietigen, en wat onder hem ftond, te onderdrukken.

Dus verdween byna geheel het Arijlocratifche in de Staats-inrichting van deeze grooteRyken: Dus veranderden dezelve byna in eene volkomene Democratie, waar door een volftrekt Despotismus had moeten ingevoerd worden. De ontallyke kleine Vafallen moesten meestyds te kortziende zyn, om het geheele Syftema van den Staat over te zien; te bepaald, om den zamenhang van het byzondere géluk met het algemeene te begrypen; en te onmachtig, om zich eenen aanmerkelyken invloed in zyn heil aan te matigen. Zy hadden dus alle onder hec

on-

(*) Munsters Wereldbefchryving 13. 4. BI. 324. waar hy de Zeeden der Duid'chers befchryft.

Sluiten