is toegevoegd aan uw favorieten.

Mengelingen tot nut en vermaak

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in zïke lotgenoten.

73-

uit zijnen naam mcnfchelijke wezens tot lijden en dood veroordeelde, die men niet eens haatte, en welken men niet één enkel verwijt doen kon.. Mijne handen zijn gebonden, herhaalde de Keizer , met een toon van fpijt en aandoenelijkhcid. Eindelijk deed Mevr. de la fayette nog ene laatfte vraag om namelijk vrijheid te hebben en gerechtigd te zijn , om in de gevangenis alle middelen te vorderen , die voor de gezondheid van haren man nodig mogten wezen, en ftrekken konden, om zijnen tocftand te verzagtcn. Zonder twijfel, antwoordde- de Keizer, gij zult vinden , dat hij zeer wel behandeld wordt. Zo 'etiets te verzoeken valt, vervoeg u flegts bij den commandant, gij zult reden hebben om wél over hem te vrede te zijn. Bij uwe maje/lei't zelve % antwoordde Mevrouw de la fayette; aan haar z.elve rechtftreeks te fchrijven, is voor mij ene behoefte , en ik heb immers daar toe ook het recht? c, Zeer gaarne', was het antwoord van den Keizer , gegeeven met dien toon van achting en eerbied die de deugd ons inboezemt. En welke deugd was op dat ogenblik verheven boven die, van Mevrouw de la fayette !

Zij verlaat den Keizer, zo al niet gelukkig, ten minden opgebeurd, getroost voor het tegenwoordige, en vol hoop op het toekomende. Zij ijlt naar hare dogters, om haar te zeggen, dat zij met haren vader gevangen zullen zitten, en deze werpen zich beiden met verrukking om den hals ha?er moeder, die haar deze gunst verworven had, E 5 Voorts