is toegevoegd aan uw favorieten.

De jonge reiziger door Nederland.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5>* de JONGE REIZIGER

D. Welnou, een groot Schip kan meest kaden, en de reis is toch het zelfde,(de HeerX. glimlagchte.)

V. Dat is waar myn Heer maar alk mfl waters pasfen ons niet. Een klein fcheepjo kan nog eens op ftuk aanleggen, maar wy niet.

D. Wat is dat opftuk aanleggen ?

V. Dat elk wie wil in hét fchip kan kaden mynheer, en dan wordt de vragt gerekend by de cubicq voet.

\ X. Wat befteedt men thans wel op Cadi.v en Mallaga pr. cubicq voet Capitein ? ,

V. Bitter weinig myn Heer, ik hoor van vier ftmvérs, en dan moet men nog omtrent-dric maanden leggen, eer men wat goed heeft.

X. 't Is weinig, maar zyn 'er niet nog almastevrachten ?

V. Tot nog toe niet, maar op Wyburg zyn 'er eenige om delen, doch ook al fchaars. Ik. En wat befteedt men ? V. Vierendertig guldens mynheer, en él Kaplaken?

D.tegemmy; alle hanteeringen hebben toch hunne eigeneraal: wat betekent toch Kaplaken?

Ik. EigenJyk is het een fooitje voor de Kap■ tem, maar in dit geval, komt het voor de Redeiy, om dat het wat hoog loopt, want van elke 34 guldens, wordt een daar te boven gegeeven. &D