is toegevoegd aan uw favorieten.

Woldemar.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WOLDEMAR. 7?

betrachtin gen en gronden ontbreeken om mijn roorflag goed te noemen. En dus zij dit hiermede vastgedeld: onze vriendfchap is zb

diep gegrondvest, en zo wel bewaard, dat ik mij de aanmerking niet behoeve te fchaamen dat'gij niet de geringde afbreuk daar van te vreezen hebt; wat gaat dat alles u, in den grond der zaake, aan ?

woldemar haalde zijn horologie uit; en zeide, opihiande: „het is reeds te laat? En

terwijl hij, met den hoed in de hand, weder

tot henrietta naderde, zeide hij: ," Ik zal

mij na uwen wensch gedraagen, lieve henrietta. Al wat gij mij gezegd hebt, was voor mij gedeeltelijk geheel nieuw, gedeeltelijk geheel onverwagt. 't Is zeer goed dat ge u jegens mij geüit hebt! Ik begrijp u volkomen en heb 'er niets tegen intebrengen; zo als gezegd is, gij kunt 'er u op verhaten, dat ik mij na uwen wensch fchikken zal. „

Hij reikte haar de hand toe:" Ik moet mij haasten, flaap wel, mijne goede henrietta ! „ — Zij boodt hem eene omhelzing aan, welke hij echter eenigzins huiverig, aannam; en daarmede , als de wind, de deur en het huis uit.

Van al het gene henrietta gezegd hadde, hadt hij, geduurende het aanhooren , weinig bij zig zeiven kunnen doen hechten, hij was enkel

ver-