Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32 derde brief

om zich te verantwoorden; en zeer aandoenlijke Dames, die ach ! en wee ! fchreeuwen over de wreedheid van den gemeenen man jegens de beesten, vergaten, in mijne tegenwoordigheid, dat hunne bedienden even zoo wel menschlijk gevoel, als eene menschlijke gedaante, hadden. Ik ken geen fchooner gezicht, dan een huisftand, alwaar de bedienden een deel van het huisgezin en de familie uitmaken. Onze deelneming aan hunne belangen wint hen voor ons op ééns en voor altijd. Alleen liefde voor deze menfchen doet ons met ijver werkzaam zijn voor hun geluk. Maar wat raakt dezen meesters het geluk van hunne onderhoorigen ? zwelgende in overvloed, zijn zij angftiger bezorgd, om hunne nabuuren te boven te ftreven, dan om aan hunne bedienden het genot van onfchuldige en verdiende vermaken toe te ftaan.

Het moet voor menfchen, die, gelijk de gemartelde tantalus, lekkernijen zien en zelve toebereiden moeten, van welke zij niets mogen genieten, oneindig moeilijker zijn, om eerlijk te blijven, dan voor den armen, wiens gedachten nooit buiten zijne ftulp heröm zwerven. Daarom zijn ook de bedienden gewoonlijk dieven, terwijl men maar heel zelden van openbare huisbraak of ftraatroverijën hoort. Waarfchijnlijk is de fpaarzame bevolking des lands

oor-

Sluiten