Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

438 TWINTIGSTE BRIEF

weegsch landfchap, het welk, zeer natuurlijk nagebootst, een gedeelte van den koninglijken tuin uitmaakt. Uitmuntend fchoon is de nabootzing van eene Noorweegfche boerenhut; en het geheel van eene zeer bekoorlijke uitwerking, bijzonder voor mij, die voor dat land, deszelfs vreedzame woningen, en wilde fchoonheden, zeer ingenomen ben.

De openbare bibliotheek is grooter, dan ik verwachtede, en goed in orde gefchikt. Over de waarde der Tslandfche handfchriften kon ik niet oordeelen. In fommigen van dezelve wekten de fchrijfkarakters mijne oplettenheid, terwijl zij mij de moeite deeden ontwaren, welke de menfchen hebben aangewend, om hunne gedachten tot de nakomelingfchap over te brengen. Zekere tederheid, van gevoel is mij wel menigmalen voorgekomen, een ongelukkig gefchenk voor het menschdom te wezen , dewijl het ons alleen den gewonen werkkring van het leven tot eenen last maakt. Doch, deze zelfde fijnheid van voelen en denken is ook de oorzaak der weldadigfle en zaligendfle inrichtingen voor het menschdom. Evenwel is zij ook heel dikwijls eigenlijk eene krankheid der ziel, en de bron van die karakteriflieke zwaarmoedigheid, die met het toenemen van de gevoeligheid evenredig

Sluiten