is toegevoegd aan uw favorieten.

Poëzy.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 197

ulfo.

Spaar, fpaar uw traanen vry.

Tegen de Wacht.

Lei my te rug. estrithe, toetreedende.

Waar heen?

6 Wreede! onttrekt ge uw oog dan ook aan myn geween ?

ulfo.

Gy, gy zyt de eenigfte die 'k fchuwe om thans te hooren. Laat af my tot berouw en ootmoed aan te fpoören. Myn hart, zich fteeds gelyk, trotst alle hindernis, En weet wat offer 't aan zichzelf verfchuldigd is. Nu my 't geluk verneêrt, myne eerzucht blyft weêrftreeven , Zal ik myzelv', all' wat zyn haat me ontzegd heeft, geeven. *k Wil 't onrecht wreeken dat men aan myn glori doet; 'k Wil toonen hoe men 't lot braveeren kan door moed.

estrithe.

Braveer het lot door uw en myn verderf te gader.

Is 't dan zo groot een roem te fneuvlen als Verraader, Dat uw geluk, welks gunst niet aan uw' eisch voldoet, Uw leven, myne min, daar zelfs voor zwichten moet ? Indien het lot u, naar uw' dwaazen waan, verhoogde, Uw' fnooden wensch voltooide, uw fchandlyk woên gedoogde, Den braaven Canut hier geboeid ftelde in üw magt, Zou 't dan rechtvaardig zyn ? Zaagt ge u dan meer geacht ?

Bb 3 Er-