Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 33 )

„ niet teveel tijd aan boeken, daar ik voor mijn gee,, fteiijk befraan geen nut uit kan haaien ?

„ Kan ik het niet gemakkelijker (lellen als.voor de„ zen, in vrijwillige verkering met menfchen, van „ wien ik my een tijd lang onthouden hebbe; en daar „ men zig flegts bezig houd om wat nieuws te hoo. ,, ren, en te zeggen, zo niet erger?

Dan hoeveel hier nog kon worden bijgedaan, zy het genoeg om gelegenheid te geven, dat ieder de hand in zijn eigen boezem (leeke, en wie die dat doet, zal 'er die niet melaatsch uitnaaien,

En ach! hoe beklaaglijk is het, dat 'er zijn, by welke kenbaare bewijzen van nalatigheid,en verzuim van middelen plaats heeft; die de redenen waarom zy minder als voordezen, van den Heere zien en kennen ; niet in die nalatigheid en verzuim van de verordende middelen zoeken en vinden; maar die veel eer aan een zo genoemde geefteloze eijdt; het ont • rekken van licht; en het inhouden van den Geest toefchrijven; even of de Heere de eerde oorzaak van de vermindering der gemeenfchaps oefFeningen en veragteringen is. Daar de geheele Bijbel vol is met klagten die de Heere doet, dat zijn volk hem verlaat; men zie degts, uit zeer veele eene plaats. Ik hebbe tegen «, dat gy up eer ft e liefde hebt veriaten, gedenkt dan , van./waar gy uitgevallen zijt, en bekeert a, en doet de eerfle werken, Openb, 2,4-5.

en

Sluiten