Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i6 DE SCHILDER,

Neen, mynheer! wilt gy my gunst betoonen, Zo zwyg, en weet dat ik 't vertrouwen nooit verraad Voor geld; — geen eerlyk hart voed zulk eene eigenbaat.,

DE KAPITEIN.

Verfchoonmy!

Ter zyde.

Wel verdoemd ! had ik dit kunnen denken ? Tegen Eduard.

(ken,

Ik meende niet voor geld—'k wilde u myn vrindfchap fchenDie mooglyk niet geheel u onverfchillig is.

eduard, eenigsz'ms driftig. Ik dank u — tot dien prys is vrindfchap my, gewis, Niets waardig, in een hart dat my zo laag vernedert, 't Is vrindfchap, die, als liefde, een voelend hart vertedert... Gy kent haar niet, mynheer!

DE KAPITEIN.

Wel aan, ik zwyg daarvan ; Maar weet dat ik de zaak wel onderzoeken kan.

eduard.

Wat raakt dit my, mynheer ?

DE KAPITEIN.

'tls ligt een uwer vrinden. Maar 'k zal den man, die my haar hart ontftal, wel vinden: Hy beve voor myn5, kling! ^ Hy fijeve door dees hand!

£d'j-

Sluiten