Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jEen ftil en befchouwend leven, in höogeü ouderdom 1 afgelopen , fchijnc bij zijn einde geene belooning meer te ontfangen. De dood van den bezigen Staatsman drukt Srad en Land ter neder. Luide klagten galmen bij 'bet graf van den vroeg uitgebloeiden Geleerden ; maar om de zark van hem, die grijs Is geworden in wetenfchap en verdienften, heerscht eene eenzaame ftilte. De fchare der genen, over welken zijne verdienften zich uitftrekken , omringt haar niet; want elks Vaderland en beroep heeft hén Wijd eh zijd verftrooit. De vrienden zijner jeugd, die met dwepende liefde, en in de taal der geestdrijverij , het geledene verlies berekenen» kunnen hem niet meer bejammeren; want de dood nam de meeften derzelver reeds vroeger weg; en den weinigen overgeblevenen heeft A de

Sluiten