Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12

Zo leer in ftervens oogënblikken

Mij voor den Slaap des doods niet fchrikken;

Ach! hoor mij! daar ik biddend knieL

Daar 't al nu wat hier om mij fweevü Een denkbeeld van het fterven geevt; Zo leerd mij fteeds mij zelv' te vraagen, ' Hoe ligt kan van mijn levens dagen Dit oogcnblik het uiterft zijn? Leer mij een Vriend der deugd te weezen, Dus voor geen nad'rend fterv'uur vreezen, 'T venvekke in mij noch angft noch pijn!

Daar nu de flaap een fchets vertoond Dier ruft, die eene ziel bewoond, Die' vrij van wroeging, fteeds geheiligd Aan deugd, word door de deugd beveiligd: ' Zo laat, ö Vader der Natuur!

Uw gunft mij in mijn Loopbaan lichten/ Mijn fchreden zonder wroeging richten/ Mijn fterfuur zij mijn leevensuur.

Algoede Goedheid! die de Nacht Op Uwen wenk hebt voortgebracht, Op dat de Menfch, vermoeid van 't werken, Zijn matte lèen door flaap moog fterken; 'J ot U heeft zich mijn hart gekeerd! Wil dan dit uur mijn fmeekftera hooren/ Zij dringe tot in 's Hemels kooren! Natuur heeft mij 't gebed geleert.

N: C; L»

Sluiten