Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MENGELINGEN, iff

onze ij (x): voorbeelden hier van zijn dezen galei&0 (y) Gelijk, adfimilis. ^eipan/ Grijpen , prehendere. &ti&n / Rijzen , furgere. a^et&an/ Drijven, agere, expellere. en In zommige woorden- beandwoordt de M. G. ft ook aan onzen oe, als: ÏSeitan/ Roeren, m». vere.

■ HL Daar wij nu o of oo gebruiken, bedienden de Gothen zich van den tweeklank alt (z), als blijkt uit: €haUC£ijan/ Dorften, fitire. Wa\\tan$lGeboren, natus. JlfêaUtHJc/ Moord, caedes. Saun/ Loon, men es. JiBaUrahlg/ Morgen, cras. Zomtijds beandwoordt dees au aan onzen tegenwoordigen eu, als &mfDcur(a).

ojlium.

(x) Zie 't Bericht van b. huydecoper wegens de Letter Y in zijne Proev. van T. en D. bi.

fV) ln4't H. D. vindt men ti ook altijd voor onze ij. glcid;. gelijk, fimilis. iWfoi. wijzen, mouftrare. iwidjen. wijken, ceder e. enz.

(z) Dees M. G. au is bij den H. Duitfchers nog behouden, glaubm. tr«fcr*. ttrtum fomnium.

(a) Oudtijds ook dore. want toen gingen alle die woorden, welke nu op eu uitgaan, ui de zachte o uit. Zie den Hooggel. en onzer tale zeer kundisen Here a. kluit Over de Spelling der N. Taal, in 11. D. der N. T. en Dichtk Bydrag. bl. 33'- ^ vind ik het m een MS. van 'tlsl. T. van den jare 1A31. 1 Cortnth. XVI. vs 9 want mi is een grote dore gheopent. Doch Colosf. UIL vs. 3. leest men in 't zelfde MS.

Sluiten