is toegevoegd aan je favorieten.

Verhandeling over de koortsen in't algemeen, dog bezonder over de rotkoorts en roodeloop.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rotkoorts en Roodeloop. 175

gin maekcn: Want Pringle fa) wilt aenmerkt hebben: Dat den Aenval van Koorts voorby is, wanneer den Dorji en Hitte ophoud, en den Lyder in een fterk en verligtend Zweet %ig bevind.

Men heeft jaeren, waer in de Herft- oft LenteKoortfen zoo hardnekkig zyn, dat zy naer geen Koortsbafi, op wat wyze en in wat hoeveelheid ook gegeven, willen luifteren; maer integendeel op deszelfs gebruik verergeren. Niet zelden ondervind men ook, dat dit Middel, zoo het fchynt, meerder vermogen heeft op de Herft- dan op de Lente-Koortlèn; mogelyk om dat de lactfte meerder met Ontftekings Toevallen verzeld gaen. Den beroemden Quarin (b) heeft ook aengemerkt: Dat in de Herft-Koortfen meer Purgeermiddelen worden vereifcht, dan in de LenteKoortjen. Zoo mede dat men de fierke Ontladingen in de Voor jaer-Koortfen moet vermyden, om dat die anders daer door voorddueren, en de WaterziLgt voordsbrengen.

Ondertuflchen de Koorts eens verdreven zynde, moeten voor-al oude en kwynende Geftellen zig zorgvuldig wagten van koud en vogtig weder, zoo mede van overdaed in fpyze, en wel naementlyk van die, welke uit vette en gerookte beftaen, en eenen rouwen Chyl voordsbrengen;

(a) Maladies des Jrmées. Tom. I. pag. 321. O) D'Jfertat. de Febribus. pa^. 116.