Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reden in een groot Rijk verderfh'jk zijn. Hoe uitgeftrekter een Land is, hoe meerder eenheid 'er in de werkzaamheid zijner Regeering zijn moet, en hoe meer de verwarring vermeerdert indien zij 'er niet is. Maar zal men zeggen de uitvoerende magt in Vrankrijk is aan den Koning opgedragen! Ja, maar met welke bepalingen? Welk een decreet heeft de Nationale Vergadering niet gemaakt omtrent het recht van Oorlog en van Vreede , waardoor de Ministers aan geduurige berisping onderworpen zijn, en uit welke een onuitputbare bron van mistrouwen en gedwongenheid in de oogmerken moet voortbrengen, ftrijdig met de waardigheid van zulk een groot Koningrijk! Dat men niet zegge, Mijn Heer, het zijn teugels om de Ministers bij hun pligt te houden! Indien dit waar was,behoorde men wetten te maken, bekwaam om de gelasterde onfchuld te verdedigen. Zonder die kunnen de beste voornemens kwalijk verklaard worden; de grootfte Minister, indien hij over een zaak volgens haren uitflag beoordeeld word, kan het flagtoffer van de fchranderheid zijner oogmerken worden in een ontwerp 't welk om de waardigheid der Natie ftaande te houden, ondernomen is. Het kwaad ftaat altoos naast het goede in de waereld; men moet niet alleen zoeken goed te doen, maar ook tragten het kwaad voor te komen, 't welk zelfs uit het goede kan geboren worden; want alle kwaad; 't welk een grooter kwaad wederhoud, ia .een wezentlijk goed.

Ik meen mij niet te bedriegen, Mijn Heer, als.

B 9 ils,

Sluiten