Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

co

heer radermacher, ónze Vlce• Admiraal\ gezeten, die de gewoonte had, na het avondmaal, om in zynen Leunftoel te gaan zitten peinzen, cn zyn tyd tot tien uuren doortebrengen, wanneer hy henen ging, ons, noemende ieder by zyn naam, vriendelyk een' goeden nacht wenfchende, en altoos zyne beminde wederhelft zorgvuldig aanmanende hem te volgen , 't welk doorgaans verzeld ging van een' aardigen trek, die ons'allen eene vrolykheid inboezemde. Wat betreft zekeren Nanning, Capt. Lieutenant aan dit Boord, en die de Officier was, welke de wagt had, hy was geplaatst op zyn' post; ik meen voor het Compas. Zodanig was onze gefteltenis, en de plaatzing, waar in wy ons bevonden, wanneer eene buitengewoone en zeer harde kreet, welke zich liet hooren, ons opwekte uit deeze foort van flaapzucht, in welke onze geesten gedommelt waren. Het was een fqhrikfchrecuw van den Capt. Lieutenant, die op zyn'post verrast, door moordenaars, welke reeds met tweeftceken den Heer radermacher getroffen hadden, onder hun ftaal, waar van hy zelve tien wonden bekomen had, nederzeeg! .... Die ellendige Chineczen, zich in hunne woede ophoudende met dit tweede flagtöffer te doorfteken, lieten my en, de andere perfoonen, gezeten zoo als ik hier boven,

Sluiten