Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVII.

HEUVV,

540 Bektlöptè Letterkundige Gefthiedena

ne leermanier had ook heel niet de eer>van algemeen, en aan allen te behaagen; zij brouwde hem verfcheiden onaangenaamheden , want zijne fijnuitgeploozen kunstmaatige, wijsgeerige leerbegrippen deeden hem in verdenking van onregtzinnigheid geraaken. De Klasfis van franeker, en zijn ambtgenoot sibrandus lubbertus werden zijne befchuldigers voor het Kollegie der Edel Moogende Heerea Gedeputeerde Staaten van friesland , die den 3den van Wijnmaand des jaars 1618 aan drie uit hun midden nevens drie raaden uit het Gerechtshof, en aan de vier Heeren bezorgers der Akademie, (*)den last opdroegen, om in het bijweezen van drie Friefche Predikanten (f) de zaak van makkovius te onderzoeken, en , zo mooglijk, het ontdaan verfchil te beflechten , welke allen'dan ook den 8ften dierzelfde maand bij eikanderen geweest zijn , maar met eenen ongelukkigen uitiiag. Dezelfde beproeving werd herhaald den i8den daarop komenden en den 3 den van flagtmaand deszelfden jaars; doch ook dit had een gelijk gevolg. Makkovius , in de neteligfte omftandigheden zijnde, werd in het

Voorre) Deezen waaren ten dien tijde keimpe do-

nia, jel.ger fe1tsma , gellius hillema , en markus lijclama a nijeholt.

(f) Deeze Friefche Predikanten waaren hermankus kolde, Pred. te leeuwaarden, florentius johannes, Pred. te «neek en johannes pilt, Pred» te workum.

Sluiten