Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Systematifche Godgeleerdheid, 241

voorjaar van 1619, of gedagvaard of met overleg der Friefche Staaten te raade — dit is bij mij twijfelachtig, (*) — om voor de nationaale Kerkvergadering, te Dordrecht, ten dien jaare gehóuden, in perfoon te verfchijnen. Dit gebeurde den 25 van Grasmaand 1619 voormiddag. Hier viel zijne zaak grootftendeels ten zijnen beste uit. Men zag hier, gelijk men meermaalen ziet, dat het gemaklijker zij, iemand van ketterij te befchuldiger), dan er hem met gegronde redenen, en voor eenen niet bevooröordeelden fcheidsman, van te overtuigen. Schoon zijn heftigfte tegenftander sibrandus luubertus, als de oudfte der Friefche Hoogleerüaren, tot deeze kerkvergadering afgezonden, van dezelve Lid waare, en gewis niet zal veronachtzaamd hebben, om de ftrengfte befchuldigingen, in 't bezondere ten aanzien van de voortteeling der zielen, in volle kracht tegen hem aantevoeren, werd evenwel na onderzoek vari zaaken door de Si/node verklaard, 1, dat makkovius geheel te onrecht van ketterije befchuldigd waare; doch dat hij, in zijne Akademifche lesfen, die eenvoudigheid

vari

O Dit altoos is zeker, dat de Friefche Staaten hem den a§ van jlagtmaand 1618 twee honderd guldens voor het goedmaaken zijner reH derwaarts verfproken en toegeleid hebben, ingeval hij in het bevorderen zijner zaak gelukkiglijk flaagde. Zie vriemoet, Ath. Fripaca. ppg. 156 innotis, die dit uit de Aüa Deleg. Ord. Sist. diet aangehaald, en dus uit de befte oirkonden heeft.

Q

XVftj

EEUW;

Sluiten