Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Syftematifbhe Godgeleerdheid, ai

maar den regten weg van zuivering infl;.at, en het waare licht zoekt. — Dit waare licht is een inwendig C'odlijk licht, zo als zommigen meenen, den mensch ingefchaapen, of, gelijk anderen beweeren, hem door eene onmiddelijke open-: baaring ingeftort, En dit licht beftaat daarin, dat de mensch alle dingen, die voor de behoudenisfe zijner ziel te weeten noodzaaklijk zijn, eeniglijk en vol-: komenhjk kent. — Door dit licht beflxaald legt de mensch alle eigenliefde af; hij rust, hij flaapt in God; hij hoopt en vreest niets meer. God denkt, God wii, God werkt in hem. De mensch wordt niets (*), De ziel, dus gezuiverd, bemint God, en zoude hem beminnen blijven, alfchoon

ook

zommigen, die zich lieten voorftaan, dat zij

God waaren, zo als er gevonden werden onder, de navolgers van bendkis «uolaa's, door-; gaan» Famil'(st'en geheeten , die van I355. of ongeveer dien ti;d, af, in de zestiende eeuw, zich voornaamlijk in de Nederlanden hebben opgehouden ; van welken in het vervolg iets nader.

(*) Indien men opdeeze wijze voortredeneert, hoe nabij komt men dan aan de Helling; de mensch is God ? Volgens uijtt ENHovei*,in zijne Gef: &. herv Kerk van antw^rpen I. bl. 52. vindt men eene pluats ergens in de werken van aug u's-. tinus, die ons leert voorzichtig teziin in het befchrijven van een' waaren Kristen, die God lief heeft; deeze plaats ki.dt dus: De mensch is 't gene zijne liefde omvat: bemint gij aarde, z»j zijt gij aarde: bemint gij. God, wat zal ik zeggen ? — zo zijt gij God.

xvir,

E E 'J W«

Sluiten