is toegevoegd aan uw favorieten.

Agatha, tooneelspel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 93 TIENDE T O O N E E L.

WIJN AND, BALTHASAR, REINHART, AGATHA, tusfchen twee Gerechtsdienaars, DE SCHOUT, eenige Boeren , MAGDALEEN, die weenende het Kind van AGATHA op haar arm draagt. DE SCHOUT.

'k Beklaag u, doch kan mij amtshalve niet verzetten, Al wilde ik, tegen onze wetten; Kunt gij bewijzen, dat gij wettig zijt getrouwd? Dan zal 't me een vreugd zijn, zo 'k u....

MAGDALEEN.

Ach Mijnheer de Schout! Wist gij hoe boos, hoe fnood de wreedfte der barbaaren....

AGATHA.

Bedwing utoch.'t komt niet te pas hier te openbasren.... Gij ziet mij moedig en gelaaten. 'k Ben verhard In rampen,.. ween dan niet, dat is alleen mijn fmart. Mijn Magdaleene ! mijn'Vriendin! gij moet niet treuren: 'fe Beveel mijn Zuigeling uw zorg. Laat nu gebeuren Wat dat 'er wil; 'k ben door des Hemels hand gefterkt, 'k Heb dien gebeden, die heeft kalmte in mij bewerkt, Offchoon mijn noodlot wordt van uur tot uur'al wranger.

DE SCHOUT.

Kom Vrouw ga voort, laat ons niet langer Vertoeven.

AGATHA, eerst haar Kind en daar «aMAGDALEEN kttsfende.

Vaar dan wel. 'k Laat alles op u liaan.

WIJ-