Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4 DE BELACHELYKE ZIEKEN,

grOrte Kerk te Haarlem. Steek jou tong reis uit; wel de drommel! daar zit wel een oxhoott vol flym op; ja ilc gis. dat men 'er wel een Geneverltuk vol ar'zou haaien, indien men een goede krabber had; jou adem ;is 7.0 lieflyk als een looijerskuip. Jy moet al weer dezelfde drank hebben. Hoe is het met den — je weet wel?

STOFFEL.

Waar zou ik dat van daan haaien ? Van dat flappegoed ?

DOCTOOR.

Wel wat wou jy dan hebben?

STOFFEL.

Me dunkt, als ik een reis zoo'n pintje vaderlandfche drank innam, dat zou me helpen.

DOCTOOR.

Wat is dat voor drank ?

STOFFEL.

Dat is, oprechte, onvervalfchte, Schiedamfche, klaare Geneyer, met kruiden van Marte Lammers. Dank heb een uitvinder van dat vogt.

DOCTOOR.

Wat fchort jou, kaerel! wou jy dan dood wezen ? dan moetje zulken drank gebruiken. Wat, wat, is dat drank voor jou, voor een zieken als jy bent? Je redeneerd zo verltandig als een waanwyze Prulfchryver.— Weg, weg, met zulk een drank.

STOFFEL.

Nou, nou, Doétocr Bulderbast, een musje dan maar, ik mag ze zo graag.

DOCTOOR.

<ïeen droppel, geen droppel, of ik geef je zo met huid en hair, aan de dood over, dan zal 't 'er ivel uitzien, niet waar? als die magere fcharminkel jou beet krygt

's TOF F EL.

Jawel1 zie daar, Mynhcer Bulderbast, ik wou liever fterven, als altyd zonder geuever leeven. Dan is hetziekweezen ook waerentig heel ongezond, als men niet een

Hok-

Sluiten