Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE R.EPUBMQUINSCHE VADER. 8J

zijnde, met een kleen front, collonesgewijze, opmarcheeren; ik zal, met de helfte der manfchappen, de voorhoede neemen, en gij, Clemens! zult,met de andere helft, de achterhoede formeeren — hoe fterk zijn wij?

CLEMENS.

Bijkans vier hondert viije mannen. —

HERMAN.

Zoo dra wij bij de voorhoede der Bataaven zijn aangekomen, zullen wij ons, dc eene helft ter rechterzijde, onder mij, de andere helft ter linker zijde, onder Clemens, op hunne flancquen posteeren, en ons vuur naar hunne verdeediging inrichten.— Verftaat gij mij, Burgers ?

ALLEN.

Ja, Grijsasrt! wij zullen uwe bevelen blijmoedig fiakoomen... Qer wordfterker gefchooten.')

HERMAN.

Laat ons optrekken! — (Hier plaatzen zich Herman en Clemens, met entbloote zwaarden, aan het hoofd der gewaapende Burgers, doen hen rechtsom maaien, en trekken af — onder hun aftrekken hoort men een zwaar gerucht, van camnnen enw**$enen.~)

Einde van het Tweede Bedrijf.

B* DER*

Sluiten