Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11

Joodfche plegtighcden opgeheven en ze onnut gemaakt had. De gantfche Brief aan de Galaten, en andere plaatfen zijner Brieven zijn daar van getuigen. Ja hij fchrijftGal. 1: 8, dat, zoo iemand hieromtrent anders zou leeren, als hij, deze vervloekt of van de Christelijke Gemeente uitgefloten zijn zoude (*).

Men merkt niet, dat men zich zeiven grootlijks tegenfpreckt, wanneer men begeert, dat het Evangelifche Gemeenten en derzelver Opzienders om 't even zijn zal, of zij eenen Leeraar van hun geloof, dan eenen Atheïstifchen. Deïstifchen, Naturalistifchen, Ariaans- of Sociniaansgezinden Leeraar hebben ; maar een Roomschgezinde zal het evenwel niet mogen weezen, om dat deze niet verdraagzaam genoeg zijn jegens andere Leerftelfels. — Wanneer het evenwel, naar hunne eigene erkentenis, zoo zeer onverfchillig is, wat in eene Proteftantfche Gemeente geleerd worde, waarom ftaat het hun dan zoo tegen , dat Evangelifche Gemeenten en derzelver Opzienders zekere Leerftellingen bepalen,welke hare Leeraars

(**) Men vergelijke ook vooral <lie merkwaardige plaats uit dezen Brief, waar de Apostel meldt, koe hij zich, zonder aanzien des pcrfoons, ook tegen Petrus, om zijne veinzerij, verzet had, H. II. n - 14. Want met Steinbaut QLcere der Gelukzaligheid , bl. 304) de onverfchoonelijke daad van Petrus te willen verdedigen, en daar tegen Paulus van te driftige tegenkanting te befchuldigen, zal miemand goedkeuren, die de gefteldkeidvan zaken te Amiochie , en 't voorig gedrag van Petrus zeiven Hand. X en XI gelieft te vergelijken, en toeftaat,dat men in 't gedrag der Apostelen wel daden van mcnschlijke zwakheid, maar geenszins in hun mondelijk of fchriftlijk onderwijs dwaalingen of ontijdige driften mag vooronderHellen. Men zie de aanteekeningcu van Semler en Michaèeis op deze plaats, als mede den laatstgenoemden in zijne Zufatze van de uieuwfte uitg. der Einleit. in das N. T. f. 383. Vert.

B 3

Sluiten