Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EENIGE BVBElPfAATSÊ». S*

inet den grootften moed en geheel onverfchrokken, op de Midianiten, waar, en hoe.zy ook dezelven, vonden, zyn aangevallen: en dat die buitengewoone moed en woede hunne vyanden ten uiterftea, verbaazen, in verwarringe brengen, en tot tegenweer genoegzaam buiten ftaat moest ftellen (A); want toch, de Israëliërs wisten, dat zy kwamen , tm de wraake van Jehovah ttan de Midianiten te doen, vs 3. Dit maakte hen, niet alleen gewillig, om, fchoon men hunne land- en ftamgenoten in hunne tenten liet, en dus aan geen gevaaren blootftelde, zoo ras zy opontboden werden, rustig heen te gaan (7), maar vervulde zelf hun hart met blyd? fchap, wegens de eere welke zy genoten, om uitvoerers van het welbehagen des Almagtigen te zyn. Dit deed hen, vol vertrouwen, dat zy overwinnaars en beveiligd zouden werden, den gevluchten vyand nedervellen. Hier geld het zeggen van eenen Gefehiedfchryver (k), '«r zyn geen verfchriklyker heirlegers, dan die zich verbeelden , dat zy 9 overwinnende , de zaak van God doen zegenpraalen.

't Is hier van, dat verfcheiden Veldheeren, onder voorgewende verfchyningen van Heiligen en Goden, hunne Krygsknegten in ftaat ftelden, tot het verrigten van byna ongeloofbare dingen, 't Is

be-

(4) Vergel: CAL MET Diéh Hift: Crit: ad voc:Madian: opp: T: 2. pag: 8.

(;) Vid: C A L VI N U S in loc: opp: T: 1. pag: 681.

(*) T A F E R E E L der alg: gefch: van de vereen:. Nederl: gevolgd naar A: M: CERISIER, 1 D: bl: 342, B 3

Sluiten