Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

£34 *> E MELAATSHEID

wezen van den waar en door den Heere verordenden Godsdienst.

Of wil men met andere woorden , hoe ,er in de Kerke moet gehandeld worden, met de bedieninge der fleutelen van het Kouingryk\ der hemelen.

Eene opvatting welke ik in de gronden en redenen welke dezelve myns oordeels alzints aannecmïyk maaken voor zal Hellen, en dan verfcheiden bedenkingen en inwerpingen, beantwoorden.

Myne opvatting veraangenaamt zich, myns oordeels , wyl zy aanwyst eene duidelyke bedoelinge van de Goddelyke wet niet aileen omtrend het oude Israël, maar ook met betrekkinge tot de waare Kerke Gods op aarde onder de dagen des beteren Verbonds, door de Israëlitifche Kerke afgebeeld; en wel met vermydinge van twee uiterften, wyl zy vry is, aan de eene zyde , en van die ongeryradheid , dat in deeze ganfche wet Hechts enkel uitwendige en tot Israël alleen betrekkélyke plechtigheden zouden voorkoomen ; dat is, dat de plechtigheden van welke deeze wet fpreekt , navolgingen der Egyptenaaren by hunne reinigingen geweest, zyn. En by gevolge moeten worden aange* merkt, als enkele Kerke er emonicn, gevorderd omtrend eenen wettisch onreinen (h). Of, dat noch verder gaat, dal God door de byzondere verordeninge omtrend de offerhanden by de reiniginge des melaatfen , vooral met opzicht tot die twee vogelen,

waar

(h) Zie CLERICUS ad Levit. 14: 4. pag. 230.

Sluiten