Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

58

AANMERKINGEN

namelijk niet alleen in, maar ook buiten het gericht. Verg. 19, en XIV: 5.

vs. 18. De onbezonnen zwetfer doorboort anderen met zijne redenen: dezelve komen zo zeèr te onpas, en nemen vaak zo weinig de omftandigheden en dén perfoon in acht, dat zij het hart doorfnijden. Het tegendeel daarvan is de rede van den wijzen , die alleen dat fpreekt, het welk zich voor den tijd fchikt, en weldadig is: dezelve is dus als het ware ene lafenis en artfenij voor de harten der hoorders. Ziegler.

vs. 19. Zie vs. 17 met de aanmerking.

vs. 20. Jk volg hier de vertaling van den Heer Arnoldi, zur Exegetik und Critik des A. T. bladz. 80 enz. De zin .is: zij die, onder fchijn van vriendfchap, ons tegen onze vijanden nog meer opzetten, zijn valfche vrienden, zij bedriegen ons, terwijl ze öris in de daad flechts het kwade gunnen, en zich Verheugen over ons verderf.- Alleen zij die tot bevrediging en verzoening met onze beledigers raden, hebben menschlievende oogmerken , en zoeken waarlijk ons best. Arnoldi , bladz. 81.

VS. 21. De Voorzienigheid befchermt de vromen, maar ftort de bozen in het- ongeluk. — Een grondregel in het Oud Verbond zeer gemeen. Hier fchijnt gedoeld te worden op Pf. XCI: 10, ten zij die plaats op deze fpreuk doele. — Met fommige nieuwe Uitleggers hier den tekst te willen veranderen, fchijnt mij zeer onnodig.

vs. 23. Wederom twee karaktertrekken van kloekzin-

Sluiten