is toegevoegd aan uw favorieten.

Redevoeringen over de vier euangeliën.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EÜANGÉLlëNi V: RED. AFD. Itï. 22f

ihan, zyne verbeeldingen uitende. Wie dan zyn alie deze daemons? Wy moeten denken, dat Markus wel een vreemde tael voerde, en alle grenzen van een leénfpreuk te buiten ging, indien hy van eenen enkelen armen maenzieken man als van eén aental dsemons gefproken had.

|. 4. Hy ontlast fomtyds de krachten nadruk der Leere van de belemmeringen van den letter. Want Christus was iri de Bedeeling onzer Verlosfinge ver.pligt , zynen dienst op aetde te bepalen tot hec Volk van Israël. Aen dezen deelde Hy zyne onderrichtingen medé, en, door hun, aen de rest van *c inenschdom. De Leer was beftemd voor alle Natiën, maer in fommige gevallen bekleed met eene tael, Welke in den eersten opflag betrekking had tot dit byzonder Volk; by welke gelegenheit het nu en dan gebeurt , dat Mattheus de eigenlyke woorden opgeeft, maer de twee andere Euangelisten, als fchryvende volgens een algemeener ontwerp, den volltrekt bedoelden zin. En van hier fomwyl een kleen verfchil in de uitdrukking tusfchen hem en deze; gelyk in het volgende voorbeeld Cd).

Mattheus XXII, 36-40. Markus XII, 28-31,

36. Welk is het groet 28. Welke is het eers« gebod in de wet ? Ie gebod van alle ?

m Jefus zei tot hemt 29. En Jefus antwoord¬

de hem:

het eerste van alle de" gé* boden is, hoort israel*

DB

(a) £iet twee Voorbeelden by'Lukas VI, 3i. en XI, 42* tn de zesd£ rei>evo£ring, Afdeeling I. g. 2.

P É