Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 32 )

' j> Heraus!" riep intusfchen, terwijl

ik mij nog werkelijk met den landman onderhield, onze fchildwagt, en nu verfcheen 'er een van de genen, die gerecognosceerd hadden, waar door wij gewaarfchuwd werden, een weinig op onze hoede te zijn; naar dien een commando der Franfchen een Luitenant der husfaren van ons, benevens zijne dertig mannen, allen flegts zo even opgeligt, en als krijgsgevangenen weggevoerd had. Doch deze Luitenant was hier van niet te min zelve de oorzaak, wijl hij verzuimd had, over een kleen water, de Aire genaamd, te trekken.

Den volgenden dag den , ik weet egter

niet meer welken: het was egter in het begin van

September werd ons gerapporteerd , dat het

vijandelijk leger, of liever een talrijke bende van het zelve, zich niet verre van ons bevond. Ook was onze voorhoede reeds zeer vroeg met deze • handgemeen geweest, doch zonder eenig verder gevolg voor hun en ons. Intusfchen trokken wij van des morgens vroeg tot des avonds laat, reeds over negen uuren, doch zo, dat wij ons menigmaalen nederleiden, en vrij ftekelige aanmerkingen maakten. Het weder was dien dag nog al half en half dragelijk, doch wij waadden allen tot over de fchoenen in het flijk.

Des avonds zagen wij het leger der Franfchen terwijl wij het zelve werkelijk op eenen verren afftand voorbijtrokken. Dit was de eerflemaal, dat wij den vijand volkomen in onze nabuurfchap hadden. Tot nog toe hadden de Franken het om gegronde redenen vermijd, ons op het open veld

te

Sluiten