is toegevoegd aan uw favorieten.

De voorzienigheid.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de Voorzienigheid. 109

Staat benadeelen, terwijl het der vermeerdering van de volksmenigte in den weg ftaat; zou men daarom aan elk veroorloven om te verwisfelen zo menigmaal het hem behaagt , in hoope, dat daar door meer verliefden dan flechts verbondenen zonden te zamen komen, dat er dus meer trek onder de ongehuwden en meer drift tot de huwlijks omhelzingen zoude ontfhan, dan nu, daar den band voor den geheelen leeftijd gelegd wordt? Doch men oordeèle niet zo eenzijdig! Gefield, de bevolking won daar eens door, is dan het volksgetal alléén het geluk der Staaten? De zedenverbastering, die daar bij onvermijdelijk zoude zijnr zou gewis de aanwinst van menfehen in evenwigt houden. Wie zou dan alle die kinderen , die geen van allen een zekeren en blijvenden vader zouden hebben , opvoeden ? Zij wasten toch niet gelijk de paddeftoelen in vierentwintig uuren op. Zij groeien niet van zelf, gelijk de boomen. Men gaa toch eerst in de hutten der armen, en zij getuige van de moeite die een boeren jongen vereischt, eer hij flechts loopen kan, van de behoeften voor elk kind eer het zich zeiven brood kan verfchaffen, eer het een geweer kan draagen. En hoe? zouden wij mannen, die reeds overwigt en voorregten genoeg van den Schepper bekomen , en aan ons getrokken hebben , alleen het recht bezitten, om een vrouw, van wie wij den eerden bloei der fchoonheid en jeugd genoten hebben ten huize uitteftooten, zo menigmaal ons wijn'en toorn verhit hebben, en haar met heure kleinen, die haar reeds genoeg fmerten, moeiten, kommer, en het bloed haares lighaams gekost hebben , in de ellende te jaagen , op dat zij een engel van den hemel zoude verwachten, of de reiziger»