is toegevoegd aan uw favorieten.

De voorzienigheid.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de Menfchenwaereld. 57

De moeijelijkheid der Geleerden in den} omgang mee groote Heeren, die of geen kenners, of geen vrienden en bevorderaars der wetenfehappen zijn , heeft Lucianus reeds fchoon afgefchilderd (zie zijn 1. D.) Door den valfchcn lof der zotten en vleijers worden veele Prinfen maar fteeds méér aan trotsheid gewend. . Veele , niet alle , bedekken hunne ■ onweetendheid met de pragt; vaak'moet men nog, zonder de fchuld der Heeren , in de Antichambre , den onheufchen aart der bedienden verdraagen. Groote Heeren kunnen veel geeven ; maar gelukkig maaken kunnen zij niet. Nijd en wangunst knaagt ook aan de hoven aan 't vernuft; nogthans is evenwel het verftand door zich zeiven oniterflijk. Boerhave was een man, zo als'er in een eeuw niet veel geboren worden. Hij wierd aan de voornaamfte hoven in Europa beroepen : maar hij floeg alles af; hij fchatte de Godsdienst, waare, zuivere, ongefmukte vermaaken, en de vrijheid , om zijn tijd voor zich en zijn beroep te befteeden , boven de fchitterendfte glansfen. —

Gij waardigen en onbeloonden , die menigmaal te vergeefs aan het welzijn uwer tijdgenooten arbeidt , behoudt toch fteeds den troost , dat het gene waar en goed is, in de huishouding van God n.et verlooren kan gaan , dat het vaak nog lange na uw dood in het duiftere werkt , en voor uw zeiven zijne gevolgen in de eeuwigheid uitftrekt. De eerwaardige Grijsaart Bodem er fchrijft aan het emde zijnes levens : „ Ik heb menigerlei benspmgen met geduld geleden." Menige uitmuntende jongeling wordt genoodzaakt werk op zich te ' neemen , voor 't welk hij noch] geest , noch lust heeft, en wordt cp deeze wijs bedorven, eer hij D 5 zich