Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L T S P E L. i$ ZESTIENDE T O O N E E L.

duurval, karolina. karolina.

Mynheer!

duurval.

Mevrouw! u voor eenige oogenblikken fprekende,vermoedde ik niet de perfoon in u te vinden, die ik zocht.

^.karolina.

My? mynheer!

duurval.

Is de heer Doorenberg geen broeder van uw' overleden echtgenoot ?

^.karolina, verfchrikt. Ja, mynheer.

duurval.

Hy had my zekere fchuld te voldoen ; en daar ik toch in deze Had moest zyn, gaf hy my dit briefje in betaling, om hierop het geld van u in te vorderen. Dit is immers het handfchril't van uw' overleden man ?

^.KAIIOLISA.

Ja , mynheer! en ik ben de fchuldenares van zyn' broeder.

duurval.

Hy droeg zyn recht aan my over.

__^k a r o l i n a.

Juist de ware aart der nabeftaanden. Myne drukkende

om-

Sluiten