Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i8öT8ij?iïo ■ ■ sar

pen: niemand die het waariyk om troost te doen was, aanfehouwde hem ongetroost; het hoofd dat verlichten het hart dat verfïerkt ;\vilde weczen , vond in hein alles wat het verlangde, mits dat dcszelfs begeerte flcgts goeden ernst was.

In de toenmalige gcftcldheid van zaaken kon het niet te mislên, of dit' wonder verfchynfel moest de ajgemeene opmerking- en nafpeuring. tot zig trekken.

Nimmer, zo lang Gods fèhoone waereld ftond, ftrooktcn de waarheid, de deugd, de wysgeerte en menscbiievenheid, met 'de : -belagen der heerschzugt: het geen door den eerften vlytig gebouwd word, breekt de laatfte onvermoeid af, en nooit zal het arme menschdom die volkomenheid van geluk genieten, waar voor het bekemd fciiynt, en waar voor het vatbaar is, zo lang de vernielers van het Ichopne cn goede, dac m de dwingeüandcn, niet verdelgd worden.

De ieerftellingen. van deczen godlyken Jezus, baarden niet weinig opziens by den Joodfchen Raad, ten meerendeelc zaamgefteld uit lieden, die derL-vetten altaar bedienden, of, op het fehittcréndc ecregefïoelte, de hulde en aanbidding der verflaafdc Hebreeuwen ontfingen; of die geen ander beftaan hadden, dan het geen de onderdrukking en. knevelary. hen bezorgden: deeze

Raad

Sluiten