Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 31 )

dragen; en voorts als bywoners en vreemdelingen behandeld te worden. Matth. 17: 25, 26. De Christelyke vertegenwoordigers moesten zig 'sjaarlyks een lyst laten overgeven, wie al en wie niet, in elke gemeinte, de wet hadden aangenomen. Zy moest door Euangelifche vermaningen , naar vereisch eri niet naar flenter, dit aanmoedigen, en namens het geheele Nederlandfche Christendom, op alle hyzondere Christelyke hefiieringen agt geven, om de wet van Christus na te komen, en te doen nakomen; en niets te bepalen, het geen Christus, ter bewaring van de byzondere vryheid, onbepaald gelaten heeft.

Hier mede zoude men ondervinden, dat het alleen aan de Christelyke vryheid eigen is, dat zy het volk

niet in fchyn, maar waarlyk vry maakt daar

in tegendeel elke andere wet, geen wet der vryheid is, maar den mensch drukken zoude.

De rechten van den mensch hadden dan eenen bepaalden en zekeren zin; en de Conventie zou flegts de handhaaffter en uitvoerder zyn van de wet van Christus. De wet was dan niet van de Conventie , maar de Conventie van de wet afhanglyk. dan had dadelyk plaats, 't geen het Bataaffche volk begeert.— Men zou de voordeden van éénheid en ondeelbaarbeid genieten; en teffens de nadeden vermyden, welke uit de algemeene en onbepaalde rechten van den mensch, zoo onvermydelyk geboren zouden worden. Er zal eene nuttige gelykheid en verfcheidenheid teffens plaats hebben; de wet zal de gemoederen veréénigen en tot één doel doen zamenftemmen, en nogtans aan elke provincie , aan elk volksgedeelte, aan elk mensch de vryheid laten, om op zyne wyfe en naar dat de omftandigheden het vorderen, dit doel

te

Sluiten