Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI

AANSPRAAK.'

ren had ondervonden, wekten myne liefde te nieef op, en drongen my om te beproeven, of ik u nog in eenige maate mogt kunnen nuttig Zyn, en iets toebrengen ter bevorderinge van uwe' ftichtinge.

Myne gedachten bepaalden zich al ras tot de gefchiedenis van Ruth, die ik voor veele jaaren onder u verhandeld heb in de avond weekbeurten, die 's Woensdags en Vrydags, en in den Winter ook 's Donderdags onder u gehouden worden. De eerfte Leerreden hier over hield ik in de Nieuwezyds Kapel, Vrydag 'savonds den 10 December 1?73- De laatfte in de Noorderkerk, Woensdag 'savonds den 14 Oclober 1778.

Ik hechtte te liever op de Verhandeling deezcr gefchiedenis , om dat daaruit blyken kon , dat, hoewel de gewigtige leerftukken , die vooral in deeze laatfte jaaren zoo heftig beftreeden worden, doorgaans den voornaamen inhoud onzer Leerredenen uitmaakten, om u tot het geloof in onzen Heere Jefus Christus uit te lokken, of daarin te verfterken , en u te wapehen tegen de listige, fomwylen ook onftuimige en geweldige aanvallen van het ongeloof; dit echter niet gefchiedde met verwaarloozing van de Christlyke zedekunde ; maar dat wy niet verzuimd hebben u te waarfchuwen tegen het gevaarlyk vertrouwen op een dood geloof, 't welk 't hart onveranderd laat, en

gee-

Sluiten