Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

* LEERREDEN

geraakt, en Iydende zwaare pynen, wilde helpen. De Heer had minzaam zyne bereidwilligheid betoond en gezegd : Ik zal komen en hem geneezen. Hierop had de Hoofdman verklaard, dat hy onwaardig was die eere te gemeten, Jefus in zyn huis te ontvangen 5 dat Jefus magt had, fchoon afweezend, met een enkeld woord den kranken te geneezen; 't welk hy met het gezag dat hy oefende over de krygsknechten die onder hem Honden, ophelderde.

Dit zoo buitengewoon gezegde van dien krygsman verwekte verwondering by den Heer Jefus, en gaf aanleiding tot de verklaaring dat Hy zelfs in Israël zoo groot geloof niet had gevonden.

Hy geeft daarmede te kennen , dat deeze man , naar zynen oorfprong, niet was een Israëliet, maar naar alle waarfchynlykheid een Romein, en dus een Heiden.

Echter erkent Hy in hem een geloof', een groot geloof. Het zeer loflyk beftaan van deezen man openbaarde zich ten deele in de trouwhartige bezorgdheid voor zynen kranken knecht, ten deele in het zeer klein gevoel dat hy van zich zeiven, en het zeer groot gevoel, dat hy van den Heere Jefus had. Dit beide blykt daaruit, dat hy geene boodfchap laat doen door eenen knecht, maar dat hy zelf henen gaat tot den Heilland,om Hem zyn verzoek voortefteiJen; naar vooral ftraalt zyne nederigheid en zyn eerbied voor den Heere Jefus daarin door, dat hyzich niet waardig fchat, dat de Heer onder zyn dak zoude inkomen. Vooral echter is zyn geloof verwonderlyk , waaruit die eerbied was geboren, waardoor hy 't aan Jefus toevertrouwde dat Hy zynen zeer kranken

knecht

Sluiten