Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over RUTH I. vs. 17. 25

zy dus buiten ftaat gefteld om haar verdere liefdedienden te kunnen bewyzen, of haar aangenaam gezelfchap en nuttigen raad langer te genieten.

Maar buiten den dood zou niets anders deeze fcheidinge te wege brengen. Onze Overzetters hebben om dit te duidelyker uit te drukken, het woord \alleen\ ingelascht. Men kan deeze inlasfching misfen, wanneer men het Hebreeuwsch woordeken , dat zy vertaald hebben , zoo niet, liever overzet voorzeker. Voorzeker de dood zal fcheidinge maaken tusfehen my en tusfehen u. Zoo hebben zy het elders by eene eedzweeringe vertaald. (*) De Koning Salomo zwoer by den Heere, zeggende, zoo doemy God, en zoo doe Hy daartoe; Voorzeker Adonia zal dat woord tegen zyn leven gefproken hebben. En wederom, (f) Voorzeker Adonia zal heden gedood worden. Dc zin komt, hoe men dit ook vertaale, op een en het zelve uit.

Dit bekrachtigt zy met eenen eed, zeggende : Alzoo doe my de Heer, en alzoo doe Hy der toe.

Deeze wyze van eedzweeren was onder Israël zeer sebruiklyk. Men vindt dezelve of dergelyke woorden by het zweeren , gebruikt van Saul (§), van Jonathan Q, van David (|).

Hier is op te merken, dat zy den God van Israël met dien naam noemt, waarmede Hy van alle de goden der Heidenen werd onderfcheiden , en waarin Hy zich aan Israël had bekendgemaakt, als zynde de Heer, de Onafhanglyke, de Eeuwige, de On-

ver-

(O 1 Kon. fi. 23. CO Vers 24. CD 1 Sam. XIV. 44. CO 1 San:. XX. 13. CO 2 Sam. III. 35.

B5

Sluiten