Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32 LEERREDEN

van wetenfchap hebben vergaderd; maar welk gebruik maaken zy daarvan ? Befteeden zy dien ter eere van dien God, van wien zy hunne verftandelyke vermogens hebben ontvangen, en de gelegenheid om die wel aan te leggen? Doen zy den Godsdienst behoorlyk hulde, en ftrekken dien tot eere? arbeiden zy met genoegzaamen yver om met hunne verkregene kundigheden aan hunne medemen' fchen nuttig te zyn, en het welzyn van de maatfchappy in eenen engeren of uitgebreideren kring te helpen bevorderen ? Is 't hun ernftige toeleg om aan de verbetering van hun hart te arbeiden, op dat ook hun wandel ffichtelyk moge zyn en voorbeeldig ? Wat kan het baaten zeer bedreeven te zyn in veele zaaken, wanneer men een vreemdeling is gebleeven in de allernoodzaaklykfte ? by voorbeeld in de hoognoodzaaklyke kennis van zich zelveu, waardoor men verootmoedigd wordt en leert uitzien naar een' weg van redding? In de kennis van God, zoo als Hy in het Euangelie zich heeft bekend gemaakt, als een' God van zaligheid voor verloren zondaaren? Onkundig in de kennis van den Heere Jefus, den eenigen Zaligmaaker, zonder wien niemand tot den Vader komen kan ? Helaas! hoe zeer is het te betreuren, dat men rede heeft om te vreezen, dat veele zeer geleerde mannen zich nimmer hebben toegelegd op de groote kunst van wel te Jlerven! en dat men in 't midden van de Christenen nog oorzaak vindt om op fommige geleerden toe te pasfen 't gene de Apostel ten zynen tyde op de wyzen onder de ongeloovigen toepaste. (*) Daar is gefchreeven, Ik zal

. ■ de (*) i Kor. I. 19, 20.

Sluiten