Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER, RUTH II. VS. II, 12. 21

Wanneer nu Boa? getuigt dat Ruth wm gekomen om onder de vleugelen van Israëls God toevlugt te neemen, zoo gebruikt hy een woord 't welk eigenaartig gefchikt is om de werkzaamheid van 't geloof, dat veiligheid en heil by God zoekt, uittedrukken. Onze Overzetters hebben het fomwylen vertaald door vertrouwen , gelyk in den tweeden Pfalm. (*) Welgelukzalig zyn allen, die op Hem betrouwen. als mede in den vyfden Pfalm. (f) Laat verblyd zyn allen die op u betrouwen. Somwylen, gelyk hier, door toevlugt neemen. Dus hebben zy 't overgezet in den zesëndertigften Pfalm. (§) De menfchen kinderen neemen toevlugt onder de fchaduwe uwer vleugelen; en in den honderd en agttienden Pfalm. (3 Het is beter tot den Heere toevlugt te neemen, dan op den menfche te vertrouwen. Het is beter tot den Heere toevlugt te neemem, dan op Princen te vertrouwen. In den zevenënvyftigflen Pfalm, daar dit zelve werkwoord tweemaal voorkomt, hebben zy 't eens vertaald betrouwen en eens toevlugt neemen, in deeze woorden : Q) Zy my genadig, 6 God, zy my genadig; want myne ziele betrouwt op u, en ik neeme myne toevlugt onder de fchaduwe uwer vleugelen. De meening van Boaz is duidelyk deeze, dat Ruth by haare komst in 't land van Israël zich had voorgefleld zich onder de befcherminge te begeeven van Israëls God, om by Hem te fchuilen en veilig te zyn, by Hem haar heil te zoeken in leven en in flerven. Dit onderftelt, dat zy eene leevendige over-

ree-

(*) Pf. II. ia. (O Pf- V. ia. <S) Pf. XXXVI. 8. GO Pf CXVIII. 8, 9. CO Pf- LVII. 2. B 3

Sluiten