is toegevoegd aan uw favorieten.

Brieven aan geneesheren.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

flaauwten gevolgd waren, zo dat men van zeiven roet het verder gebruik van dit middel ophield. Ik floeg voor, in plaats van den gewoonen drank, hem een af kookzel van oranjebladen te geven , doch wat moeite men deed om het hem intekrijgen, het was te vergeefs. Het menigvuldig en aanhoudend gebruik der walglijkfle middelen, toen het braken nog aanhield, had bij den lijder eenen hardnekkigen afkeer van alle geneesmiddelen te weege gebragt. Den 27flen fchreef ik met goedkeuring van den heer doctor de lemos zes poeders , elk van een grein zinkbloemen en een fcrupel fuiker, voor, om des nagts alle uur er een van onder den drank te mengen.

Den agtentwintigften des morgens berigtte men mij , dat reeds vijf van de poeders gebruikt waren , dat de lijder heden voor de eerfle maal gedurende de geheele ziekte van zeiven ter ftoele ging, en dat hij geheel ongewoonlijk thans te negen uur nog gerust lag, zonder eenen aanval gehad te hebben, met de poeders werd aangehouden, en hij bevond zig den ganfehen dag in dezen beteren toeftand. Hij dronk eenige reizen , gaf zijnen kennisft-n de hand , liet mij op mijne begeerte de tong zien, wees ook op de plaats der maag, daar hij eene pijn voelde. Te vijf uur ëes namiddags kreeg hij weder eenen aanval, die egter gering was en niet lang aanhield. Men hield tot den jden Mai met de poeders aan, gedurende welken tijd de aanvallen des daags afwisfelendkwa-