is toegevoegd aan uw favorieten.

Bundel van uitlegkundige verhandelingen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JOB XXXVII: =3, H' *3*

neer wj die plaatzen nagaan, bemerken wij alras, dat men te denken heeft aan menfchen, die niet zo zeer altijd de beste waren , maar in 't gemeen aan menfchen die door verft and en kundigheden boven anderen uitmunteden. Dit wordt veelal ook enkel door het woord wijzen verftaan in Moses fchriften, en in

»t boek van Job. Dus verklaart 't ene woord 't

andere Deut. I: 13. alwaar wij }*/)'*, verft andig, ervaren bijeen vinden. — Zo wordeu Job XXXIV: 2, 3, 4 , wijzen en verftandigen ook mei elkander verwisfeld. — Uit Job V: 13, „ Hij vangt de wij„ zen in hunne archlistigheid" zien wij.teffens, dat de wijzen niet alle brave menfchen waren. Dierhalven betekende een wijze van harte, - en een wijze - in dien tijd zo veel , als een Geleerde in onze dagen.. - De menfchen in het gemeen en de wijzen werden dus tegen elkander overgefteld , als'de twee hoofdzoorten, even gelijk nu de Geleerden, en

Ongeleerden. Dit was toen te fterker, dewijl

de Geleerde» zeldzaam waren en meest alleen uit de Priefters beftonden (Jer. XVIII: 1$. worden daarom Wijzen en Priefters bijeengevoegd). De afftand tusfchen beiden was te groter.

Verder merke men op, dat de woorden 73-^y (loo-col) bijna honderdmaal vertolkt worden dóór geen, dat is, niemand.

Wat nu 't woord nN"1 (raaaah) zien betreft. Dit heeft ook de betekenis van uitkippen ,' uitzonderen, gelijk de Onzen het door uitzien hebben vertaald ,

1 Sam. XVI: 1. „ Ik hebben mij een koning

„ onder zijne zonen uitgezien"- en vs. 17. „Ziet mij doch eenen maa uit, die wel lpeleu kan."—■ P 4 Dier*